Anatomie Hoe zit de hoef in elkaar?

Deze informatie is een uittreksel uit het multimedia-pakket "Natuurlijk Bekappen".
Onderaanzicht
Zijkant
Binnenkant
1) Zool
2) Gepigmenteerde hoefwand
(soms ook wel ten onrechte "draagrand" genoemd)
3) Witte lijn (op de foto zwart door het vuil)
4) Straal
5) Steunsels
(de "omgeklapte hoefwand", zowel links als rechts)
6) Verzenen of hielen (links en rechts)
7) Hoefballen (links en rechts)
8) Zijdelingse straalgroef (links en rechts)
9) Middelste straalgroef
10) Kwartieren
(het gearceerde gebied; links en rechts)
11) Toon (voorste gedeelte van de hoef)
12) Haarlijn / kroonrand
13) Ongepigmenteerde hoefwand
14) Wandlederhuid
15) Zoollederhuid
16) Hoefbeen

Op de pagina's over natuurlijk bekappen wordt enige kennis over de anatomie van de hoef verondersteld. Het belangrijkste is dat je weet hoef de hoef er van binnen uit ziet en hoe de diverse onderdelen heten.

! De informatie op deze pagina is zeer beknopt en beslist niet volledig. Alleen de dingen die noodzakelijk zijn om de informatie op deze website te kunnen begrijpen worden uitgelegd.

Geschiedenis

Ooit is het paardengeslacht ontstaan uit zoogdieren die "gewone" voeten met tenen hadden. De middelste teen groeide steeds verder uit, de andere tenen zijn in een later stadium verdwenen. Hoewel de hoef er heel anders uitziet als een teen is de anatomie grotendeels gelijk gebleven.

Om je voor te stellen hoe de hoef in elkaar zit is het praktisch om deze te vergelijken met het topje van je vinger. Zet het topje van je vinger op de tafel neer als een soort been, dan weet je wat we bedoelen met "boven" en "onder".

De witte lijn

Wat bij jou de nagel is, is bij het paard de hoefwand. (Sommigen noemen de hoefwand de "draagrand", maar deze benaming is ontstaan omdat dat nou eenmaal de enige plek was waar je een ijzer aan vast kon timmeren, in werkelijkheid hoort de hoefwand niet te "dragen". Vanaf nu gebruiken we de naam "draagrand" niet meer.)
Terug naar de nagel van je vinger. Waar groeit de nagel? Hij wordt onderaan steeds langer, maar iedereen weet dat de nagel niet aan de onderkant groeit maar op de plek waar hij uit je vinger lijkt te schuiven: de nagelriem. Bij paarden is dit precies zo, alleen noemen we die plek de kroonrand.

Als je er over nadenkt is het heel bijzonder dat de nagel (en hoef) zo groeit. Hij lijkt immers vastgekleefd te zitten aan de huid eronder, maar kan desondanks toch naar beneden groeien zonder dat de aanhechting loslaat!
Deze aanhechting is een waar kunststukje van de natuur en o zo belangrijk. Als deze aanhechting al dan niet gedeeltelijk loslaat dan doet het erg zeer als je probeert je nagel iets op te lichten.

Bij een paard heet deze magische hechtingslaag Laminae, ofwel "de witte lijn". Meestal is deze zichtbaar als een zwart-vuile rand aan de onderkant van de hoef, maar als je hem schoonraspt is hij geelachtig/ivoorwit. Vandaar die naam.

image
Laminae lijkt een beetje op de strepen aan de onderkant van een paddestoel. Er is een laag op het hoefbeen en een andere laag op de binnenkant van de hoefwand. De twee lagen sluiten op elkaar in als een soort klitteband en resulteert in een verbazingwekkend sterke verbinding: Er zijn twee mensen nodig om van een kadaverhoef de hoefwand van het hoefbeen los te trekken.

Op de foto's rechts zie je de binnenkant van de hoefwand met de laminae duidelijk zichtbaar. (De zwarte vlekken zijn pigmentvlekken; het was een gestreepte hoef).

Wij mensen gebruiken onze nagel niet om op te lopen dus als hij een beetje zwak is of loslaat is dit niet zo'n ramp: we vermijden dan gewoon dat we de nagel op kunnen tillen met een pleister of zo. Bij paarden is de witte lijn van groot belang, want hiermee zit de hoefwand aan het hoefbeen geplakt. Als je de botten van het paard volgt dan staat het paard niet op de zool maar "hangt" als het ware aan de hoefwand. Als de witte lijn verzwakt of loslaat dan valt het hoefbeen omlaag en drukt dan op de zool. Deze is niet bestand tegen het gewicht van het paard en raakt dan chronisch ontstoken.

Net als bij mensen is het heel gevoelig en onaangenaam als de aanhechting tussen hoefwand en de onderliggende weefsels verzwakt is. Helaas komt het bij veel paarden voor dat de witte lijn zwak is. De grootste oorzaken zijn hoefijzers, te weinig beweging en een verkeerde manier van bekappen. Al deze dingen leiden tot een slecht werkend hoefmechanisme (zie hieronder), en daarmee een slechte doorbloeding. Een zwakke witte lijn is het resultaat van een gebrekkige doorbloeding!


! Veel paarden hebben, door gebrek aan voldoende doorbloeding in de hoef, een verzwakte witte lijn. Je kan dit zien doordat de hoefwand een kromming naar buiten toe heeft en/of de zool plat is door het omlaag zakkende hoefbeen.
image
De hoef is gebouwd rond het hoefbeen; de vorm van de hoef komt overeen met de vorm van het hoefbeen.

Het hoefbeen is het bot dat in de hoef zit. Het hoefbeen rust niet op de zool maar "hangt" via de witte-lijn-verbinding aan de hoefwand.

Hiernaast zie je een foto van een doorgezaagde hoef. Duidelijk is het hoefbeen te zien dat precies in de hoef past.

Om het hoefbeen zit een laag die we de hoeflederhuid noemen (corium). De hoeflederhuid is zeer rijk van bloed voorzien. De hoef is een belangrijk orgaan voor de overleving van het paard; het heeft een grotere doorbloeding dan de meeste andere organen, alleen de lever en nieren hebben een nog hogere doorbloeding. Alle weefselopbouw, onderhoud en genezing in de hoef zijn sterk afhankelijk van een voortdurende toevoer van voedingstoffen via het bloed.

De hoeflederhuid aan de onderkant van het hoefbeen produceert de zool en straal. Aan de buitenkant produceert de hoeflederhuid de "witte lijn" (laminae) die het hoefbeen stevig vasthoudt aan de hoefwand, een soort levend klitteband.

De hoefwand wordt geproduceerd door de kroonrand en groeit langs de buitenkant van het hoefbeen omlaag, daarbij stevig vastgehouden door de witte lijn. De groei vanaf de kroonrand tot aan de bodem neemt ongeveer een jaar in beslag.

Straal

Onderaan de hoef vinden we de straal. De straal heeft drie functies:

  • Schokabsorptie
  • Gevoel met de grond
  • Hoefgroei-sensor

Bij wilde paarden maakt de straal contact met de grond. Deze paarden landen met de hiel als eerste op de grond; de straal werkt hierbij als een stootkussen.

Kort geleden is ontdekt dat de straal een belangrijk tast-orgaan is waarmee het paard niet alleen kan voelen wanneer hij contact heeft met de grond maar wat ook de hoefgroei reguleert.
Paarden lopen van nature namelijk op wisselende ondergronden, de ene keer op rotsbodem, de andere keer op moerasgronden. Als de hoeven altijd even hard zouden groeien dan zouden de hoeven de ene keer te kort, de andere keer te lang worden. De natuur heeft echter voor een fraai reguleringsmechanisme gezorgd:
Stel dat de hoeven harder slijten dan dat ze groeien (bijvoorbeeld op rotsgrond). De hoef slijt af en de straal krijgt tijdens het lopen steeds meer druk te verduren. Zodra de druk op de straal toeneemt is dat voor de hoef een seintje om de hoef sneller te laten groeien.
Wanneer de hoef te snel groeit wordt de straal als het ware opgetild, de druk neemt af, en dit is voor de hoef een seintje dat de hoefgroei wel wat minder mag.
Op deze manier ontstaat er een evenwicht waarbij de hoefgroei wordt aangepast aan de mate van slijtage en de hoeven nooit te ver van de ideale lengte afwijken.

De gangbare traditie is echter om de straal bij te snijden zodat hij geen contact meer maakt met de grond. En wat heeft dat voor gevolg voor de hoefgroei? Juist ja, de hoef "denkt" dat ze te lang is want de straal voelt geen druk meer, en de hoefgroei neemt dus af... Voor veel mensen is het langzame groeien van de hoef een reden om te denken dat er toch maar hoefijzers onder moeten. En dat terwijl de hoef best snel kan groeien, mits ze maar op de juiste wijze bekapt wordt...

Hoefmechanisme

Er zijn heel veel redenen waarom het bloed omlaag wil stromen naar de hoef:

  • De zwaartekracht. Paarden zijn grote dieren en zoals bij alle grote dieren heeft het bloed de neiging om naar het laagste punt te stromen.
  • In paardenbenen zitten, in tegenstelling tot in mensenbenen, nauwelijks spieren die het bloed opstuwen naar boven toe.
  • Paardenbenen zijn lang en tijdens het lopen onderhevig aan centrifugaalkrachten die het bloed naar de uiteinden stuwt (strek je arm maar eens naar beneden uit, en zwaai er hard mee heen en weer zoals de benen van een rennend paard. Voel je hoe het bloed naar je vingertoppen wordt gestuwd?)
  • Massatraagheid. Bij iedere stap tijdens het aanraken van de grond heeft het bloed de neiging om nog even door te blijven stromen. Wij mensen gaan als we koude tenen hebben op de grond stampen om meer bloed naar onderen te stuwen. Bij paarden helpt dit verschijnsel mee om bloed naar de hoeven te stuwen.

Er zijn echter bijna geen redenen waarom het bloed weer omhoog wil stromen.

! Er is pas sprake van een bloedsomloop als het bloed niet alleen naar de hoef wil stromen maar als het bloed ook weer terug omhoog wordt gepompt.

Ok, het paard heeft geen spieren in het onderbeen die helpen met pompen, en alles werkt mee om het bloed beneden te krijgen en te houden, maar hoe komt het verbruikte bloed dan toch weer terug omhoog?

image
Wanneer het paard zijn hoef op de grond plaatst zet de conische hoefwand aan de bodem uit, wanneer hij de hoef optilt veert de hoef weer terug naar zijn "gesloten" vorm. Dit spreiden en samendrukken werkt als een pomp; men noemt dit het "hoefmechanisme". Bloed wordt op deze manier door de hoef gepompt.

Bij paarden met gezonde en onbeslagen hoeven wordt een groot deel van dat belangrijke werk door de hoeven verzorgd: het hoefmechanisme!

Wanneer het paard zijn hoef op de grond plaatst zet de conische hoefwand aan de bodem uit, wanneer hij de hoef optilt veert de hoef weer terug naar zijn "gesloten" vorm. Dit spreiden en samendrukken werkt als een pomp; men noemt dit het "hoefmechanisme". Bloed wordt op deze manier door de hoef gepompt.

Het hoefmechanisme is van groot belang voor de bloedvoorziening van het hele paardenbeen. Het vermoeden bestaat dat er in vijf stappen wel een liter bloed door de hoeven wordt gepompt.

De bloedvoorziening van de hoef is bij veel van de gedomesticeerde paarden ernstig gehinderd. Dit komt door:

  • Te weinig beweging. Het hoefmechanisme werkt alleen als het paard loopt. Bij een stilstaand paard is er geen pompbeweging en worden de afvalstoffen nauwelijks meer afgevoerd. Paarden in de natuur staan nooit lang achter elkaar stil, maar "stalpaarden" wel. Paarden horen niet in een stal, zie ook ons artikel over Natuurlijke Huisvesting.
  • Hoefijzers. Wanneer een paard hoefijzers heeft kunnen de hoeven niet meer goed samentrekken en weer uitzetten, de pompwerking wordt door hoefijzers ernstig gehinderd. Bovendien raken de hoeven door het gebruik van hoefijzers na verloop van tijd samengeknepen waardoor de conische vorm deels verloren gaat. Zie ook onze pagina over de gevolgen van hoefijzers waar dit in detail wordt beschreven en uitgelegd.
  • Verkeerd model hoef. Paarden worden vaak bekapt in een vorm die niet overeenkomt met wat de natuur in gedachten had. Op deze website kun je hier van alles over lezen. Bijna iedere afwijking van de vorm van de hoef werkt het hoefmechanisme tegen.
  • Te zachte ondergrond. Het hoefmechanisme werkt beter als de hoef tegen een harde ondergrond duwt. In Nederland hebben we de zachtste bodem ter wereld: op onze drassige gronden werkt het hoefmechanisme niet optimaal. Veel beweging over een harde ondergrond zorgt voor een betere doorbloeding.

Praktisch alle paarden in Nederland hebben dan ook een doorbloeding van de hoef die verre van optimaal is. Iedere arts kan het je vertellen: Voor de genezing van ziekten en ontstekingen is een goede doorbloeding essentieel. Daarom zie je op deze website keer op keer dezelfde basisregels voor de aanpak van verbetering of genezing van de hoeven: beweging (liefst over harde ondergrond, geen hoefijzers, een goede natuurlijke bekapping.

contact